De gebeurentissen
Op donderdag 30 juni 1960
wordt Kongo onafhankelijk. Aan het bewind staan J. Kasa
Vubu als president en P. Lumumba als eerste minister. De
dag na de onafhankelijkheid breken er al rellen los. De
rebellie heeft een domino-effect. De 1ste juli
in Luluaburg, de 2de juli in Leopoldstad, de 4de
juli in Coquilhastad en vervolgens komen op 5 juli
soldaten van de “Force Publique” in opstand in Thysstad en
ook in Leopoldstad. De soldaten eisen soldijverhoging, een
vervanging van het kader door Afrikanen en het vertrek van
generaal Janssens, de commandant van de Force publique. De
Force Publique, die tegelijk leger en rijkswacht is, zorgt
door zijn muiterij en opstand voor een staat zonder een
eenheid die instaat voor de veiligheid van goederen en
personen. De politie volgt trouwens ook dikwijls de
beweging.
De rebellen voelen zich heer
en meester en verhinderen Europeanen die zich in gevaar
voelen te vertrekken. Plunderingen en mishandelingen zijn
schering en inslag. Hierdoor zijn er veel Europeanen genoodzaakt zichzelf te beschermen
door de afwezigheid van politie, en vormen
vrijwilligerskorpsen uit zelfverdediging. Dit zorgt voor
een stijging van de spanning en schermutselingen tussen
verschillende groepen.
Op 6 juli begeeft Kolonel SBH
R. Gheysen zich naar de ambassadeur Van Den Bosch om deze
op de hoogte te stellen van de gebeurtenissen. In functie
van het Bijstandsverdrag met de prille staat Kongo, kan
België in geval van problemen niet tussenbeide komen
zonder de toestemming van de Kongolese regering. Meerdere
malen onderneemt de ambassadeur vergeefse pogingen om de
toestemming te krijgen voor een interventie bij de eerste
minister Lumumba. Op de 8ste juli doet de
ambassadeur nog een laatste poging waarop Lumumba
antwoordt dat hij zich niet bemoeit met de Belgen in Kongo. Hij kan trouwens niets ondernemen want hij heeft
geen wapens om met de rebellen de strijd aan te binden.
Omwille van die reden zullen de Belgische Strijdkrachten
tussenbeide komen en trachten de rebellen te ontwapenen.
De plannen en getalsterkten
voor de operaties
Voor de operaties in Kongo zal een
beroep worden gedaan op actieve- en reserve
Para-Commando-eenheden die zullen worden ingezet in
geparachuteerde operaties of operaties die uitgevoerd
worden na een verplaatsing over de weg. Hun voornaamste
taak zal erin bestaan het leven en de goederen van
Europeanen te redden en te beschermen.
Kort voor de onafhankelijkheid
heeft het Regiment Para-Commando vier bataljons in Afrika :
1 Para (18de
detachement) bevindt zich in Baka. De miliciens hebben
vijf maanden dienst.
3 Para (16de
detachement) bevindt zich in Burundi. De mannen hebben 11
maanden dienst.
4 Cdo (15de
detachement) is verpspreid over Rwanda. De ParaCommando’s
zijn 14 maanden in dienst.
6 Cdo (17de
detachement) is gelegerd in Baki.
Hierbij komen nog de eenheden
met de wederopgeroepen Para-Commando's, namelijk het 5de Bataljon Para-Commando en de 11de, 13de, 14de, 15de en 16de
Onafhankelijke Para-Commando Compagnies. De 11de,
13de en 14de Onafhankelijke
Para-Commando Compagnies worden half juni terug opgeroepen
voor een trainingsperiode in de Citadel voor hun
mobilisatie en vertrek naar Afrika. Ook 5 Para-Cdo en de
15de en de 16de Onafhankelijke
Para-Commando Compagnies worden gemobiliseerd om het
veiligheidsapparaat te gaan versterken.
Verder zijn er vier schepen
van de Zeemacht aanwezig in Afrika en de Luchtmacht heeft
een dertigtal toestellen Harvard en Fouga voor de
grondsteun. Ook zijn er een tiental transporttoestellen
aanwezig van het type DC-4, C-119 en DC-3. Ook vijf
marscompagnies die niet tot het Regiment behoren komen
voor 30 juni in Kongo aan. Het effectief bestaat
uiteindelijk uit een macht van ongeveer 3000 Para-Commando’s
(vijf bataljons met elk drie compagnies en vijf
onafhankelijke compagnies). En nog een 26-tal
niet-Para-Commando marscompagnies, wat het totaal effectieven van de
Belgische Strijdkrachten in Kongo op ongeveer 10.000 man
zal brengen.
Voor de operaties zullen eerst
de Para-Commando’s worden ingezet om vliegvelden in te
nemen, Europeanen te bevrijden en de Force Publique te
ontwapenen. Alles zal echter niet zo makkelijk verlopen
zal later blijken. Door de onjuiste inlichtingen, oude
kaarten, het gebrek aan transport middelen,
transmissiemiddelen enz. moet een grote soepelheid aan de
dag worden gelegd door het kader om alle opdrachten te
kunnen volbrengen. Eens de taak volbracht en de perimeter
veilig gesteld, nemen de marscompagnies de bewaking over
en worden de ParaCommando’s naar elders gestuurd voor de
volgende opdrachten.
De operaties
Vanaf 8 juli worden de
eenheden ingezet om Europeanen hulp te bieden en de
rebellerende troepen van de Force Publique te ontwapenen.
1 Para springt op 10
juli op Luluabourg en komt tussenbeide te Bakwanga,
Elisabethstad, Jadotstad, Tschikapa en in augustus in
Kabalo, Kongolo en Albertstad.
|

Het Immo-Kasai gebouw tijdens de overvlucht voor de
sprong. Op het dak bevond zich de boodschap S.O.S. HIER 1200 VLUCHTELINGEN |
Kort na dageraad op 10 juli
ontvangt 1 Para het bevel zich naar Luluaburg te
begeven waar 1200 Europeanen zich verschanst hebben in
het gebouw van de Immo-Kasaï. Toch zullen de
vliegtuigen een tegenbevel krijgen en landen in Baka. Vooraleer te landen zal de formatie vliegtuigen
over Luluaburg vliegen om de rebellen te intimideren.
Om 16.00 u, nog steeds in stand-by op het vliegveld
van Baka krijgen de para’s opnieuw het bevel te
springen op Luluaburg met als opdracht het vliegveld
vrij te maken en de Europeanen te bevrijden. Een
formatie vliegtuigen stijgt op maar kort na het
vertrek ontvangt Luitenant-Kolonel Vlieger Kreps,
commandant van de formatie vliegtuigen,
tegenstrijdige berichten. Het ene komt van de
Europeanen in de Immo-Kasaï “Wanhopige toestand, kom
snel”, het andere komt van Baka dat de operatie
opnieuw aflast ! De constante stroom van tegenbevelen
werd telkens veroorzaakt door verkeerde inlichtingen
die de toestand rooskleuriger voorstelde dat hij in
werkelijkheid was. |
|
Kreps dient hier snel een
beslissing te nemen. Hij legt een radiostilte op en laat
de operatie verderzetten. Hij kiest voor het redden
van de Europeanen. Deze moedige beslissing maakt het
mogelijk op tijd te komen voor het redden van de
Europeanen die zich verschanst hadden, maar hij zou er
later wel last mee krijgen omdat zijn beslissing in
ging tegen de militaire tucht.
Het parachuteren op Luluaburg zou
echter een probleem zijn. Kreps werd gewaarschuwd dat
het vliegveld bezet was door muiters. Twee Harvard
verkenningstoestellen werden beschoten vanop het
vliegveld met automatische wapens. Dus moest er snel
uitgekeken worden naar een nieuwe DZ. De commandant
van 1 Para wil zo snel mogelijk, eender waar gedropt
worden als het maar in de buurt was van het gebouw met
de Europeanen. Om 18.30 zou het donker zijn en dan
dienden zijn manschappen op de grond te staan.
Luitenant R. Coucke, commandant van de sectie training
van het TrgC Para Baka, en verantwoordelijk voor het
droppen, ziet op zes kilometer ten noord-oosten van
het stadscentrum een plaats die kan dienen als DZ.
Later zal blijken dat dit een lege kraal voor vee was.
Om 17.45 u lossen vijf C-119’s de Parachutisten
“blind” op de gekozen DZ. De oordeelkundige blik en de
perfecte coördinatie tussen de piloten maakten het
mogelijk dat 1 Para kon gedropt worden voor het
invallen van de duisternis. Om 21.00 u wordt het
Immo-Kasaï gebouw bereikt, en ondertussen is ook het
vliegveld ingenomen. Op het vliegveld kosten de
schermutselingen waar bij de muiters het vuur openen
op de rode mutsen het leven aan twee zwarte soldaten.
Op 11 juli begint Commandant Zeidler
besprekingen met de opstandelingen om de vrijlating te
bekomen van de gijzelaars. Gans de dag worden de
Europeanen die dat wensen naar het vliegveld gebracht
om op 12 en 13 juli geëvacueerd te worden naar
Leopoldstad. |
|
- |
|
|
Terwijl de twee compagnies zijn
gesprongen op Luluaburg op 10 juli, vertrekt de rest
van het Bataljon naar Elisabethstad waar ook muiterij
is uitgebroken. Het transport gebeurd met militaire en
burgervliegtuigen, waarmee ze zonder problemen kunnen
landen te Elisabethstad. Een gedeelte van de mannen
zal het vliegveld beschermen terwijl de rest naar Kamp
Massart trekt waar de muiters zich schuilhouden. Hier
worden ze onder vuur genomen vanuit een wachtpost maar
het snelle antwoord van de para’s brengt de muiters
snel op andere gedachten. Het kamp wordt omsingeld en
Kapitein Goossens zal onderhandelingen starten met de
officieren van de Force Publique. Er valt hier en daar
nog wel een schot maar twee dagen later zullen alle
wapens in beslag genomen zijn.
De interventie van 1 Para zorgt
ervoor dat ’s avonds op de 12de de rust is
weergekeerd. Er werd een wapendepot veroverd van een
reservebataljon en 800 mannen werden ontwapend. Dit
alles zonder eigen verliezen. |

Ontwapende
en gevangengenomen muiters worden onder begeleiding
het Kamp Massart buitengebracht door 1 Para. (foto
: archieven ANPCV) |
3 Para springt op 14
juli op Kikwit, de 16de op Manono, de 17de
op Kindu en komt tussenbeide te Lokandu en Kasongo.
|
 |
0
0
De sprong
van 3 Para
op Kindu
(foto
: archieven ANPCV) |
4 Cdo wordt reeds op 8
juli ingezet te Goma, een tweede maal op 17 juli en
springt diezelfde dag op Bunia. Tengevolge van een actie
om gevangen genomen vluchtelingen te gaan bevrijden in
Mongbwalu zullen Robert Hosselet, Joseph Sosnowski en
Denis Delahaut, drie Para-Commando’s van 4 Cdo om het
leven komen.
5 Para-Cdo, en
reserve-eenheid wordt gemobiliseerd op 9 juli, komt op de
13de tussenbeide te Leopoldstad en verblijft er
tot de 23ste juli.
|
6 Cdo komt vanaf de
10de tussen in Boma en Banane. Eén van zijn
compagnies neemt de 13de het vliegveld van
N’Djili in en komt verder nog tussenbeide in
Coquilhatstad, Boende en Banningstad.
De 11de
Onafhankelijke Compagnie Para-Commando (een
reserve-eenheid die op 10 juli gemobiliseerd werd)
vertrekt uit België naar Kamina. Ze springt op de 13de
te Kabalo en wordt ingezet te Kongolo, Nyunzu, Lusangi
en Kibangula.
De 13de
Onafhankelijke Compagnie Para-Commando (een
reserve-eenheid die op 10 juli gemobiliseerd werd)
verplaatst zich eveneens naar Kamina en wordt ingezet
te Bakwanga, Luluabourg en Leopoldstad.
De 14de
Onafhankelijke Compagnie Para-Commando (een
reserve-eenheid die op 10 juli gemobiliseerd werd)
verplaatst zich naar Kitona. Ze komt reeds tussenbeide
op 13 juli in Leopoldstad, Libenge en Gemena.
De 15de
Onafhankelijke Compagnie Para-Commando (een
reserve-eenheid die op 10 juli gemobiliseerd werd)
gaat naar Uzumbura, installeert zich in Rwanda (te
Kayonza, Musha, Bugarama en Kigali) en komt
tussenbeide in Bunia.
De 16de
Onafhankelijke Compagnie Para-Commando (een
reserve-eenheid die op 10 juli gemobiliseerd werd)
verplaatst zich naar Kamina en komt tussen te Kaniama,
Piana, Ankoro en Manono. |
0
5
Para-Cdo en de
14de
Onafhankelijke Compagnie landen op Ndjili met
burgervliegtuigen |
 |
De operaties vonden plaats,
verspreid over Kongo door een deskundige planning en samenwerking van actieve- en
reserve-Para-Commando-eenheden, marscompagnies van niet-Para-Commando-eenheden,
Luchtmacht en Burgerluchtvaart.
Overal werd de orde hersteld en de
opstandelingen ontwapend. De ParaCommando’s zullen dappere
en stoutmoedige interventies doen, waarbij ze zich
herhaaldelijk aan gevaar zullen blootstellen. Sommige
acties zullen zonder problemen verlopen, andere zullen tot
een goed einde worden gebracht na korte vuurgevechten.
Tijdens de sprong vanop een
hoogte van 650 voet (220 meter) op Bunia worden de
parachutisten van 4 Cdo vanop de grond onder vuur genomen.
Door de lage drophoogte en de snelle uitvoering wordt
niemand geraakt. Enkele parachutes en drie C-119’s worden
wel bedacht met enkele kogelgaten. In totaal werden er
tijdens de hele operatie 825 sprongen op zes DZ
uitgevoerd.
(tekening
: archieven ANPCV) |
|
- |
|
Dat de
operaties niet zonder gevaar waren bewijzen de vele
incidenten.
Tijdens een operatie van
een klein detachement van 4 Cdo op 19
juli om een 70-tal mensen die worden vastgehouden in Mongbwalu te redden, zullen de Para-Commando’s hevige
weerstand ondervinden en in een hinderlaag
terechtkomen. Ze komen tegen een overmacht te staan en
bieden hevig weerstand. Door deze acties zullen drie
Para-Commando’s van 4 Cdo om het leven komen. Het
kleine detachement zal Mongbwalu niet bereiken, maar
hun acties hebben er wel voor gezorgd dat tijdens de
vuurgevechten de vluchtelingen konden ontsnappen.
Ook werden
12 para-Commando's van 3 Para gevangen genomen door
een hondertal rebellen.
Na het bericht van een
landbouwdeskundige dat al een tijd geen nieuws is
ontvangen van een schuit die de Lualaba rivier is
opgevaren richting Kindu, vertrekt deze met een
patrouille van twaalf para’s in een prauw met motor.
Echter valt een eind de rivier op deze zonder
brandstof door een misrekening en er zit niets anders
op dan aan te leggen waar de twaalf para’s oog in oog
komen te staan met honderdtal Kongolese soldaten.
Tegen die overmacht is niets te beginnen en de para’s
worden gevangengenomen in het kamp van Lokandu. 3 Para
verneemt de gevangenneming door een radiobericht te
onderscheppen dat wordt gestuurd van de rebellen in
Lokandu naar die in Stanleystad. Direct wordt het
nodige gedaan om de gevangenen zo snel mogelijk te
bevrijden. Door de ligging van het kamp zijn de
mogelijkheden beperkt. Aan een parachuteoperatie wordt
gedacht in de buurt van het kamp, maar zonder
verrassingseffect zou dit risico’s inhouden, ook voor
de gevangenen. Een tweede optie is onderhandelen. Er
wordt gekozen om te onderhandelen maar twee C-119’s
blijven stand-by moest die optie mislukken. Bij de
onderhandelingen wordt een ultimatum gesteld dat
wanneer de gevangenen niet worden vrijgelaten, het
kamp zal worden aangevallen door
Harvard-jachtvliegtuigen en parachutisten. Dit heeft
het een sneller effect dan verwacht en de mannen
worden nog eerder vrijgelaten dan de dead-line van het
ultimatum. |
|
- |
|
 |
Op 16
juli landen de vliegtuigen van 6 Cdo onverwachts
te Coquilhatstad en zetten onmiddellijk de
gepantserde jeeps af. |
|
|
- |
|
Recce
jeeps te Kitona |
 |
|
|
- |
|
 |
Alle
muiters worden ontwapend en de wapens verzameld.
De zwarten bewapenden zich met alles wat ze konden
vinden. |
|
|
- |
|
|
Constant
worden er patrouilles gelopen |
 |
| - |
|
|
 |
's Nachts
worden lichtprojectielen afgevuurd met de 2 duim
mortier
|
| - |
|
|
Na de
inname van Coquilatstad begeven de para's zich per
vrachtwagen naar de stad. |
 |
| - |
|
|
 |
Patrouilles in Leopoldstad
|
|
|
|
|
-
Europeanen
worden onder bescherming van de Para-Commando's
geëvacueerd.
(Foto's
: Het Regiment Para-Commando van '52 tot op heden) |
 |
-
De Verenigde Naties
Ingevolge een beslissing van de Verenigde Naties om
blauwhelmen te sturen ter vervanging van de Belgische
troepen zullen in Augustus 1960 alle eenheden Kongo
verlaten.
De balans van de operatie
Nauwelijks
acht dagen waren voldoende opdat de verspreide tussenkomst
van de eenheden de rust zou doen weerkeren in een groot
deel van Kongo.
Overal waar rode
en groene mutsen aanwezig waren, gaf de inlandse bevolking
op een ware en oprechte wijze uiting van haar gevoelens,
verbondenheid en achting. Alle acties werden werden snel
en gedisciplineerd uitgevoerd, een elite-eenheid waardig.
|
De indruk die de
neerdalende parachutisten maakte op de zwarten
vergemakkelijkte op sommige plaatsen aanzienlijk hun taak.
Wapendepots werden veroverd, muiters ontwapend, gevangenen
bevrijd, vluchtelingen in veiligheid gebracht.
Tijdens de
operatie
zullen ongeveer 10.000 Europeanen geëvacueerd worden door
de tussenkomsten.
Drie ParaCommando’s lieten hierbij het
leven, een aantal liepen lichte tot zware verwondingen op.
In België worden de ParaCommando’s bij hun terugkeer als
helden ontvangen. |

De Koning
Schouwt de
14de
Onafhankelijke Compagnie bij hun terugkeer |
| - |
|
 |
0
0
Het defilé
in de Koningstrraat van de reserve-eenheden , de
11de en de 14de
Onafhankelijke Compagnie Para-Commando
, na
hun terugkeer in België.
(foto
: archieven ANPCV) |
6 Cdo zal eind 1960 worden
ontbonden. 1 Para, 3 Para en 4 Cdo blijven in
Ruanda-Urundi tot en met de onafhankelijkheid op 1 juli
1962. 4 Cdo zal later een
reserve-eenheid worden en 1994 worden ontbonden. De andere
reserve-eenheden keren naar België terug en
worden gedemobiliseerd.
1960 - 1962
|
Gedurende de
twee jaren die volgen op de onafhankelijkheid van Kongo
zal nog regelmatig een beroep worden gedaan op de eenheden
die in Ruanda-Urundi gebleven zijn. Dit om de orde te
handhaven in Ruanda-Urundi, de grenzen te bewaken, toezicht
te houden op de
verkiezingen, zorgen voor de verdeling van voedsel en medicatie en het
escorteren van konvooien naar Oeganda. Meerdere malen
dienen de rode en groene mutsen tussen te komen om
bloedvergieten tussen Hutu's en Tutsi's te vermijden.
Op 1 juli 1962
verwerven Ruanda en Urundi hun onafhankelijkheid wat ook
het einde betekent voor de opdrachten van de
Para-Commando's. Tegen augustus hebben alle eenheden het
grondgebied verlaten en is de Afrikaanse periode
afgelopen.
|

Controle
van hutten in Ruanda. (foto
: archieven ANPCV) |
De gevoelens
zijn een mengeling van fierheid en heimwee. Fierheid door
de bijdrage te leveren die het mogelijk hebben gemaakt dat
de onafhankelijkheid van Ruanda-Urundi twee nieuwe naties
heeft opgeleverd. Rwanda
en Burundi. Heimwee omdat Afrika een ongerept oefenterrein
was dat nu moest worden prijsgegeven. Een belangrijke
bladzijde in het geschiedenis van het Regiment werd
hiermee omgedraaid.
Later zal blijken dat dit niet de laatste keer was dat
Para-Commando's naar Afrika gestuurd worden om
Belgen en andere vluchtelingen te redden.

Bronnen,
tekst en foto's :
Rode Mutsen, Groene Mutsen, 50.000 para-commando's (E.Genot). Het
Regiment Para-Commando van 52 tot op heden (De Pierpont G. en Lefevre
A.), Geschiedenis van de Brigade
Para-Commando van haar oorsprong tot op heden (E.Genot)
|