|
-Peace
Keeping
Na de akkoorden van
Arusha hebben de Verenigde Naties voor Rwanda een
bijstandsprogramma opgevat dat zich over twee jaar
uitstrekt. Het omvat de installatie van een verruimde
regering en de fusie van beide legers (de Rwandese
strijdkrachten FAR en het leger van het FPR, het Rwandees
Patriottisch Front). En terwijl de controle geleidelijk
wordt toevertrouwd aan het Rwandese leger, wordt er ook
toezicht gehouden op het verloop van de verkiezingen.

Dagelijkse
patrouilles en verkenningsopdrachten |
Op 22 september 1993,
wordt met de toestemming van beide Rwandese partijen, op
België een beroep gedaan om militairen ter beschikking te
stellen van de UNO. België stemt in met het sturen van
zowat 450 man, en dit voor een duur van één jaar. Eenheden
van de Brigade Para-Commando vertrekken naar Rwanda. Een
nieuwe Afrikaanse opdracht terwijl zich nog andere
eenheden van de Brigade in Somalië bevinden.
Op 18 november vertrekken
de eerste elementen van 1 Para uit België. Het volledige
detachement zal pas op 11 december operationeel zijn omdat
een deel van de voertuigen en uitrusting uit Somalië moet
overkomen. UNAMIR wordt door de Belgen herdoopt in KIBAT I
en KIBAT II (Kigali Battalion).
(foto : archieven
ANPCV) |
De opdracht
De opdracht
van UNAMIR bestaat erin een klimaat van veiligheid tot
stand te brengen en te vrijwaren, om zo een juiste sfeer
te scheppen voor de installatie van een overgangsregering.
|
1 Para en zijn
versterkingen worden over veertien locaties verspreid. Het
grootste deel van de tijd wordt besteed aan het uitvoeren
van verkenningsopdrachten. Daarnaast wordt er ook
gepatrouilleerd met Rwandese gendarmes en worden er
controleposten opgezet in de stad. Alles wordt gedaan in
een sfeer van relatieve rust.
Op 29 december
1993 escorteert 1 Para zeshonderd soldaten en vijf
ministers van het FPR van Byumba naar Kigali. De operatie
verloopt zonder incidenten. De periode van 1 Para in
Rwanda loopt ten einde op 15 maart wanneer het wordt
afgelost door het 2de Commando.
(foto :
archieven ANPCV) |
 |
| |
 |
Begeleiding van zeshonderd militairen van Byumba naar
kigali. |
| |
|
|
Patrouilles in de straten en op de wegen. |
 |
| |
|
 |
Uitkijkposten in de stad |
De aanslag op
de president
2 Cdo neemt de
opdracht over van 1 Para. De relatieve rustige sfeer, die
varieert van plaats tot plaats, neemt een dramatische
wending wanneer op 6 april 1994 het vliegtuig van president
Habyarimani
met raketten wordt neergeschoten, kort voor het
in Kigali zou landen. Nadat het nieuws bekend is geraakt
ontstaan er gevechten tussen militairen van de FAR en die
van het FPR, die elkaar beschuldigen van de moord op de
president. Het land vervalt in complete chaos en door al
deze toestanden groeit er een klimaat van spanningen en geruchten dat de
Belgen achter de aanslag zouden zitten.
De tragedie
|
De UNAMIR
strijdkrachten slagen er niet in de situatie onder
controle te krijgen en de moorddadige waanzin die de
bevolking in haar greep krijgt leidt tot een volkerenmoord.
Op 7 april 1994 worden tien Para-Commando's van het
Peleton Mortieren van 2 Cdo, die de opdracht hebben de
Premier te escorteren, omsingeld door militairen van de
FAR.
Tegen alle regels van de Conventies van Genève worden
ze gevangengenomen.
Uiteindelijk worden ze na vele uren
moedige
weerstand en ongelijke strijd
op beestachtige wijze afgemaakt in het kamp Kigali.
|
 |
De
Para-Comando's werden omgebracht door hen die decennialang
onophoudelijk werden geholpen door de Belgen op
economisch, sociaal en militair vlak. Zij werden vermoord
door diegenen die ze geacht werden te beschermen. De
opdracht stond ook onder het bevel van VN-officieren van
wie sommigen met weinig Afrika-ervaring. Het Belgische
detachement beschikte over onvoldoende middelen. Doordat
het detachement heel verspreid was opgesteld, was er geen
reserve op het echelon van het bataljon om de tien ter
hulp te komen.
De balans
Voor het eerst
in de geschiedenis van de Brigade is de balans van de
operatie negatief. Niet alleen door het verlies van de
Tien Para-Commando's, die zijn gesneuveld in moeilijk te
aanvaarden omstandigheden, maar ook omdat 2 Cdo omwille
van politieke beslissingen heel wat Rwandezen aan hun lot
heeft moeten overlaten die gered hadden kunnen worden.
"Silver Back"
en "Blue Safari"
Op 7 april
1994, de dag van de dood van de Tien Para-Commando's,
wordt in alle beschikbare eenheden van de Brigade de
alarmtoestand afgekondigd. Tussen 9 en 19 april voert de
Brigade Para-Commando een operatie uit in twee fasen. De
eerste fase, met als codenaam "Silver Back", bestaat erin
de inzet van het detachement Rwanda vanuit een
achterwaartse basis in Nairobi te organiseren, de
buitenlanders op te halen en hun evacuatie via het
vliegveld van Kigali te beveiligen.
Beide fases
zullen worden geleid en gecoördineerd door de Brigade
Para-Commando in nauwe samenwerking met de 15de Wing,
UNAMIR, de Franse en de Italiaanse Krijgsmacht en de
Belgisch Militair Technische Coöperatie. De 15de Wing
levert acht C-130's en twee Boeings 727. Verder kan men
rekenen op de steun van een Nederlandse, drie Canadese en
twee Spaanse C-130's en een Amerikaanse C-5 Galaxy.
Deze
internationale samenwerking zorgt voor de evacuatie van de
buitenlanders die bijeengebracht worden in de
verschillende kantonnementen van UNAMIR. In Gisenyi wordt
een stormlanding uitgevoerd om militairen van de
technische coöperatie uit Bigogwe op te pikken.

Enkele
mortiergranaten slaan in op de landingsbaan (foto :
archieven ANPCV)
Alle
opdrachten, hoe riscicovol ook, worden tot een goed einde
gebracht zonder nieuwe verliezen bij de Brigade. Hier en
daar vinden nog schietpartijen plaats tussen de Belgen en
de milities van de FAR.
|
Zowat 1600
vluchtelingen worden opgehaald en naar Nairobi
geëvacueerd.
De tweede
fase, codenaam "Blue Safari", vangt aan zodra de Belgische
regering het bevel heeft gegeven aan 2 Cdo om zich terug
te trekken uit de UNAMIR.
Dat bevel komt
er op 14 april.
De Brigade begint
dan aan de terugtrekking van al haar eenheden. In eerste instantie werden drie procédés
voorbereid om 2 Cdo het land te doen verlaten, maar in de
uiteindelijke beslissing wordt geopteerd voor een
evacuatie via de lucht.
(foto :
archieven ANPCV) |
|

Vluchtelingen verzamelen op het vliegveld voor de
evacutaie |
Samen met de 15de Wing en het
Peleton RavAir wordt het hele bataljon in vijf uur en
zestien bewegingen overgevlogen van Kigali naar Mwanza.
Op 26 april is
het voltallige personeel van de Brigade terug in België op
een paar elementen na die op 6 mei op het nationale
grondgebied landen.
Het monument
te Flawinne
Ter
nagedachtenis van de gesneuvelde Para's werd in de kazerne
van 2 Cdo te Flawinne een monument opgericht. Op 7 april 2004 was
het tien jaar geleden dat de tien Belgische paracommando’s
in Rwanda vermoord werden. Die dag vonden dan ook heel wat
herdenkingsplechtigheden plaats. Zo herdacht een
ministeriële delegatie in de Ruandese hoofdstad Kigali de
genocide en de moord op de tien Belgische paracommando’s.
7 april is
voor Defensie uitgegroeid tot de dag waarop we alle
Belgische soldaten herdenken die sinds 1945 in dienst van
de vrede gesneuveld zijn.

(Bron : Geschiedenis van de
Brigade Para-Commando van haar oorsprong tot heden van E. Genot)
|