|
Het was de
natuurlijke gang van zaken dat de eerste Belgische
valschermspringers in Groot-Brittanië, uitgerust en bewapend
door de Britten, eveneens het kenteken van de Britse
parachutisten droegen.
Het was eveneens
vanzelfsprekend dat de kaki politiemuts van de infanterie
vervangen werd door de wijnrode baret waarvan de kleur gekozen
was door de romanschrijfster Daphné du maurier voor de soldaten
van haar man, de generaal Browning, toen bevelhebber van de
luchtlandingsdivisie.
Het was dan ook
met de wijnrode muts getooid dat de Belgische para’s voor de
eerste maal, op 21 juli 1942 defileerden, voor de talrijke
landgenoten en leden van de regering in ballingschap in Londen,
en dit tot algemene voldoening.
Algemene
voldoening ? Waarschijnlijk niet, want het Britse Ministerie van
Oorlog (Het War Office), met de lichtgeraaktheid van een grote
mode ontwerper-kleermaker, liet aan onze militaire attaché
opmerken dat de Belgische valschermspringers, zonder toelating,
de rode muts droegen, en dat zulks niet mocht.
Op 5 januarie 1943
maakte de militaire attaché deze opmerking van het War Office
over aan het Ministerie van Landsverdediging. De klacht van het
“War Office”.kwam ter ore van de Compagnie Para via de Britse
verbindingsofficier en de commandant van de 1ste
Belgische groepering, en veroorzaakte grote verwondering, en
zelfs onrust.. zouden ze wel als Para’s mogen ingezet worden? Er
was wrevel en zelfs bitterheid.
De staf van de
compagnie kon het eventuele verlies van de rode muts maar slecht
verteren, maar kom,… als dit de prijs was om tot de grote
luchtlandingseenheid te behoren… In zijn antwoordbrief van 23
januari 1943 stelde de kapitein Blondeel een alternatieve
oplossing voor: “De eenvoudigste oplossing was om dan maar
donkerbruine mutsen te bestellen.”
Het Ministerie van
Landsverdediging verklaarde zich mondeling akkoord met bruine
mutsen. Maar vijf maand later was nog niets gebeurd en dat
stoorde natuurlijk de Belgische para’s niet.
Ondertussen werd
in juni 1943 door het Britse Ministerie van Oorlog toegestaan
dat de Belgen een stage mochten volgen bij het 8ste
Parachutisten Bataljon. Het lukken van deze stage stond borg
voor de beslissing de compagnie in te zetten als
parachutisteneenheid. De Belgen moesten een maximum van troeven
in hand hebben.
Op 24 juni
herinnerde de commandant van de Belgische para’s aan de minister
de vervaardiging der bruine baretten. Van 200 werd het aantal
opgevoerd naar 300, en de kleur werd bepaald: zwart-bruin, kleur
gedragen door het vrouwelijk hulppersoneel van het landleger. De
commandant voegde er aan toe dat het wenselijk zou zijn dat de
kompagnie in het bezit zou zijn van de nieuwe muts voor hun
verblijf bij het 8ste bataljon in augustus.
De zelfde dag
vroeg de commandant der Belgische para’s de toelating aan de
hoogste Britse instanties alvorens de maatregelen verder te
zetten voor het veranderen van de kleur van de mutsen.
De aanvraag aan de
Britten om toelating plaatste de Belgen psychologisch in een
sterke positie.De minst schrandere der Britse officieren zou de
goede wil van de Belgen naar waarde schatten, andere,
scherpzinniger, zouden ten hoogste een glimlach hebben kunnen
onderdrukken als ze lazen dat een gewone compagniecommandant de
welwillendheid van de hoogste Britse instanties inriep omwille
van de kleur van de mutsen zijner soldaten. De Britse officieren
zijn zeer gevoelig voor diegene die hun humor weten te
waarderen.
Op 21 juli 1943
defileerden de para’s in Londen uit voorzichtigheid met hun
nieuwe springhelmen.
In oktober
verklaarde het “War Office” zich akkoord met de zwart-bruine
mutsen en kondigde aan enkele stalen te zullen sturen.
In januari 1944
was niets veranderd, waarop dan ook een herinnering werd
verstuurd naar het Ministerie van Landsverdediging.
Maar in februari
gebeurde de grote verandering. De Belgische para’s waren
geïntegreerd geworden in de Brigade S.A.S.. De brigadecommandant
schreef dat daardoor ingevolge de “Dress regulations” (reglement
op de kledij) van 15/02/1944 van het H.Q. S.A.S. Troops bij de
onafhankelijke Para Cie het dragen van de rode muts verder gaat,
en verzocht het Ministerie alle voorgaande briefwisseling
desbetreffende als nietig te beschouwen.
|