|
- |
|
|
WW II
De eerste Belgische
compagnie parachutisten wordt op 8 mei 1942 opgericht in
Engeland. Zij bestaat uit vrijwilligers die van over gans de
wereld komen. De eenheid behaalt haar "wings" of
para-kwalificatie in het para-opleidingscentrum van Ringway en
is gekazerneerd te Fritzhill.
Na twee jaar intensieve training, onder het bevel van kapitein
Blondeel, is de eenheid operationeel en maakt ze als "Belgisch
Eskadron" deel uit van de SAS Brigade.
In juli 1944 wordt het Belgisch Eskadron geparachuteerd in
Frankrijk, ten oosten van Falaise, om er inlichtingsopdrachten
uit te voeren en door storingsvuur de vijand te hinderen. Nog
meer droppingen zijn er in Beauvais (Frankrijk), de Franse
Ardennen, Gedinne, de Hoge Venen, Belgisch Limburg en te
Friesland (Noord Holland). Deze acties dienen om de opmars van
de geallieerde toepen naar het noorden te steunen.
|

tekening van Blondeel |
|
- |
|
|

SAS mutskenteken |
Tijdens het von Rundstedt- offensief in de Belgische Ardennen
worden zij uitgerust met gepantserde jeeps. Ten voordele van de
6de Britse Para-Divisie voeren zij beveiligings- en
verkenningsopdrachten uit.
Begin april 1945 bestaat het Belgisch SAS Regiment uit 3
verkenningseenheden die ontplooid zijn in Noord Holland en
Duitsland. Na de capitualatie op 8 mei 1945 nemen zij deel aan
tegen-inlichtingenopdrachten in Duitsland en Denemarken.
Het Belgisch SAS Regiment is de eerste geallieerde eenheid die
voet op Belgische bodem zet en de enige Belgische eenheid die
onafgebroken van juli 1944 tot mei 1945 bij de gevechten ingezet
is.
|
Na de Tweede
Wereldoorlog vormt dit eskadron de ruggengraat van het 1ste Bataljon
Parachutisten.
Kongo
(1960)
Een grootschalige
geparachuteerde operatie wordt uitgevoerd met als doel Europese
gijzelaars te bevrijden.
De operaties vonden plaats, verspreid
over Kongo door een deskundige planning en samenwerking van actieve-
en reserve-Para-Commando-eenheden, Luchtmacht en Burgerluchtvaart.

Overal werd de orde hersteld en de
opstandelingen ontwapend. De ParaCommando’s zullen dappere en
stoutmoedige interventies doen, waarbij ze zich herhaaldelijk aan
gevaar zullen blootstellen. Sommige acties zullen zonder problemen
verlopen, andere zullen tot een goed einde worden gebracht na korte
vuurgevechten.
In totaal werden er tijdens de hele
operatie 825 sprongen op zes DZ uitgevoerd.
Tijdens de operatie
zullen
ongeveer 10.000 Europeanen geëvacueerd worden door de tussenkomsten.
Ruanda-Urundi
(1961-1962)
Van juli 1961 tot 1962
voert 1 Para ordehandhavings -en vredesopdrachten uit in
Ruanda-Urundi, tijdens de verkiezingsperiode voor de
onafhankelijkheid. Door de verkiezingen zullen twee nieuwe staten
ontstaan, Rwanda en Burundi.
Congo (1964)
1 Para vertrekt vanuit
België in november 1964 in het grootste geheim voor de uitvoering
van een humanitaire operatie in Afrika.
De Belgische
Para's springen vanuit Amerikaanse vliegtuigen boven Stanleystad en
Paulis. Dit gebeurde in het kader van de operaties Rode en Zwarte
Draak die op meesterlijke wijze geleid werd door Kolonel Laurent en
waarbij enkele duizenden mensen, waaronder meer dan 1500 Belgen,
mannen, vrouwen en kinderen, al 111 dagen gegijzeld door Simba
rebellen, bevrijd werden.
Sahel (1974)
Midden jaren '70 worden de landen van de Sahel getroffen door honger
en droogte. Het Bataljon neemt deel aan de humanitaire actie die
wordt opgezet.
Zaire (1978)
1
Para wordt naar Zaïre, het voormalige Belgsich Congo, gestuurd. De
operatie "Red Bean" heeft als doel Westerse vluchtelingen te
ontzetten en bevrijden uit handen van rebellen. Samen met andere
eenheden van het Regiment Para-Commando worden verschillende
opdrachten uitgevoerd. Over een periode van twee maanden worden
patrouilles en andere veiligheidsopdrachten gedaan in Shaba,
Lubumbashi, Likasi, Kipushi en Fugurume. Het resultaat is de
bevrijding en overbrenging van meer dan 2000 vluchtelingen uit
Kolwezi.
Zaire (1991)
De
volgende humanitaire operatie, codenaam "Blue Beam" vindt wederom
plaats in Afrika. Na aankomst van 1 Para, worden de drie compagnies
in plaats gesteld in het zuiden van het land. De voornaamste
opdracht is het beschermen van Westerlingen en het voorbereiden van
hun evacuatie uit de drie belangrijkste steden Kolwezi, Lubumbashi
en Likasi. Het bataljon zorgt ook voor het herstel van de orde in
Kinshasa. Ook de evacuatie uit Kinshasa van vluchtelingen zal worden
georganiseerd. 1 Para is de laatste eenheid om het land te verlaten
door het oversteken van de Congostroom naar het buurland Congo
Brazaville. De operatie was wederom een groot succes.
Somalië (1992-1993)
De
Belgische regering besluit deel te nemen aan de humanitaire
operaties in de hoorn van Afrika, Somalië. Het doel is de orde te
herstellen en stabiliteit in het land te verzekeren.
Op 12 december
1992 vertrekken de Staf -en de 11de compagnie naar Mogadishu in het kader
van de operatie "Restore Hope". Na een amfibische operatie in
Kismayo zal de rest van het Bataljon hen vervoegen. Het bataljon
neemt alle wapens in de stad in beslag en zorgt later voor het
escorteren van konvooien met water en voedsel landinwaarts. Na 4
maanden van operaties wordt 1 para afgelost door 2 Cdo.
Rwanda (1993-1994)
Op 18
november 1993 worden de eerste elementen van 1 Para overgevlogen
naar Rwanda.
Hun missie is de veiligheid verzekeren in de hoodstand
Kigali. Dit alles is gekaderd in de operatie "UNAMIR", wat staat
voor United Nations Assistance Mission Rwanda.
"Clean Corridor" is
één van de opdrachten die worden uitgevoerd om de hoofdverbinding
tussen het noorden en het zuiden te verzekeren. In april 1994 keert
1 para terug naar België na aflossing door 2 Cdo.
Congo-Brazaville (april 1997)
Het
Bataljon wordt in stand-by gezet in Congo-Brazaville voor een
eventuele evacuatie van Europese burgers uit de Democratische
Republiek Kongo. De situatie ter plaatse lost zichzelf op en een
tussenkomst of evacuatie is niet nodig.
Albanië (1999)
Tijdens de crisis in Kosovo worden 98 Para-Commando's van 1 Para
naar Albanië gestuurd. Hun opdracht is de veiligheid verzekeren van
Kosovaarse vluchtelingen in het kader van AFOR I en AFOR II.
Boznië-Herzegovina (1999)
87
Para's van de 21ste compagnie van 1 Para nemen deel aan SFOR-5
BELUBG in Boznië-Herzegovina.
Kosovo (2002)
1
Para is het eerste bataljon van de battlegroup BELUROKOS 9 in het
kader van de humanitaire operatie KFOR in Kosovo.
Afghanistan (2004-2005)
Eerst
wordt de 21ste compagnie ingezet in Kaboel, daarna de 13de in het
kader van de Belgische deelname aan de KMNB (Kabul
Multinational Brigade).
Deze Brigade bestaat uit drie grote
bataljons, de zogenaamde battlegroups (BG) en een aantal
onafhankelijke compagnies. Het Belgische detachement maakt deel uit
van BG3 (Battlegroup 3). Noorwegen heeft het commando over BG3. De
missie ISAF, International Assitance Security Forces, is zorgen voor
orde en stabiliteit in Afghanistan en het land voor te bereiden op
de komende verkiezingen.
Libanon (2007-2008)
De Belgische Defensie heeft een multifunctioneel
detachement ontplooid te Tibnin in Libanon om deel te
nemen aan de multinationale UNO operatie UNIFIL onder operationele
controle van de Verenigde Naties in overeenstemming met het VN
mandaat 1701 van oktober 2006. De opdracht dient de Libanese
regering bij te staan om haar soevereine autoriteit over Libanon uit
te oefenen en de Libanese Strijdkrachten te ondersteunen in het in
standhouden van vrede en veiligheid.
Het
detachement BELUFIL IV is samengesteld uit onder andere een
beschermingsmacht, de zogenaamde Force Protection, afkomstig uit het 1ste Bataljon Parachutisten (Diest)
en een peloton uit het 3de Bataljon Parachutisten (Tielen). De missie
loopt van oktober 2007 tot februari 2008.
Verder bestaat het detachement uit een element genie /
ontmijning / constructie samengesteld uit personeel van het 4e
Bataljon Genie (Amay) en het 11e Bataljon
Genie (Burcht). DOVO levert enkele ontmijners. De Medische
Component levert het personeel voor het veldhospitaal.
Kosovo (2007-2008)
In dezelfde
periode als de missie in Libanon, wordt een ander deel van 1
Para ingezet in Kosovo in het kader van BELKOS 26.
Dit detachement telt een 160-tal militairen en bestaat uit
een compagnie lichte infanterie, hoofdzakelijk van het eerste
Bataljon Parachutisten. Verder is er nog een steundetachement
dat voor logistiek, medische steun en communicatie bevoegd is.
De opdracht van het detachement is de veiligheid in de
provincie in het zuiden van Servië te verzekeren, waar meer
dan 90 % Albanezen woont. De opdracht van de militairen duurt
vier maanden, lopende van november 2007 tot maart 2008.